Spoedcursus exotische Indonesische vruchten

Indonesië - Exotisch - Fruit - Vrchten - Voedsel

Obbo Spanjaard, 15 augustus 2016
Jakarta, Indonesië

Zuurzak, slangenvrucht of drakenfruit: heb je enig idee wat het is en durf jij het te eten? Deze voor ons onbekende vruchten moet je zeker eens proberen als je in Indonesië bent. Ga naar een lokale markt en probeer verschillende vruchten uit. Met deze spoedcursus exotische vruchten weet je wat je zeker eens moet proeven. Zeker weten dat je meteen bent verkocht!

 
Een van de fijnste dingen van het reizen in tropische gebieden is dat er altijd en overal fruit te vinden is. Die heerlijke exotische vruchten, die hier zo lastig te krijgen zijn of best duur kunnen zijn, liggen op elk lokaal marktje voor het oprapen. Vruchten die wij kennen, zoals bananen en ananas smaken vaak veel lekkerder, zo net geplukt. Overigens worden veel vruchten in Indonesië halfrijp gegeten, in de rujak (een zoete en pittige snack met halfrijpe vruchten en ketjapsaus) of met een beetje zout. Probeer dus altijd de rijpe exemplaren uit te zoeken!
 
Op de lokale markten zul je ook heel veel vruchten zien waarvan je misschien niet weet wat ze zijn of hoe je ze moet eten. Met deze korte handleiding weet je wat je zeker eens moet proberen!
We beginnen met de ‘’heilige drie-eenheid’’: papaya, ananas en banaan. Deze vruchten zijn het hele jaar door verkrijgbaar en zul je dus heel vaak eten. Waarschijnlijk ken je deze vruchten wel, maar is het toch handig om de naam te kennen, zodat je een lekker vruchtensapje kunt bestellen.
 

Banaan (pisang):

Er zijn in de tropen wel 50 soorten bananen te vinden, variërend van de kleine zoete pisang susu banaantjes die je vaak bij je ontbijt krijgt, tot grote stevige bakbananen. Bananen groeien overal en het hele jaar door. De boom ontwikkelt een grote, paarse vrucht, de bananenbloem, die verwerkt kan worden in curries. In Indonesië wordt de banaan niet alleen als vrucht gegeten, maar ook als snack. Gefrituurd in een zoet deegjasje kun je ze overal vinden als pisang goreng.
 

Ananas (nanas):

Ook deze vrucht is het hele jaar door verkrijgbaar. Verse ananas smaakt heel anders dan ananas uit blik: steviger en aromatischer. In Indonesië wordt ananas ook gebruikt om jams en snoepjes mee te maken.
 

Papaja (papaya):

Deze vrucht is alomtegenwoordig. Bijna elke huis heeft wel een papajaboom. Papaja’s hebben, als ze rijp zijn, een beetje weeïge smaak die niet iedereen lekker vindt. Een klein beetje citroensap doet wonderen in dat geval.
 

Watermeloen (semangka):

Is vrijwel het hele jaar verkrijgbaar. De watermeloen in Indonesië is zeer zoet en aromatisch. Bestel ook eens een watermeloensap. Zeer dorstlessend!
 

Jeruk:

Is de verzamelnaam voor citrusvruchten. Meestal zijn het mandarijnen. Omdat er geen koude nachten zijn in de tropen is de schil niet oranje, maar groen. Dat zegt niets over de rijpheid van de vrucht! Jeruk Bali, een grote, groengele citrusvrucht is een pomelo, die is zoet-bitter van smaak. Het lijkt op een grapefruit.
 

Mango (mangga):

Een van de populairste vruchten. Helaas niet het hele jaar door verkrijgbaar.  Het seizoen loopt van eind augustus tot eind december. Er zijn vele verschillende soorten mango’s in Indonesië. De kleinste zijn vaak het meest aromatisch. Van mango’s worden heerlijke sappen gemaakt, die je bij kraampjes op (nacht) markten kunt kopen.
 
Bovenstaande vruchten ken je waarschijnlijk wel, omdat deze in Nederland geïmporteerd worden. Maar de volgende vruchten zijn waarschijnlijk nieuw voor je.
 

Mangosteen (manggis):

Misschien wel een van de meest verrassende vruchten. Onder een dikke paarse schil zit een vrucht verborgen die eruit ziet als een witte gepelde mandarijn. De smaak is zoetfris, met een hint van romigheid.
Mangosteen is alleen in de regentijd verkrijgbaar, tussen november en februari.  De schil is lastig open te krijgen ( er is een trucje voor, vraag het aan degene bij wie je de vrucht koopt) en let op: het sap uit de schil geeft gemene paarse vlekken!  
 

Ramboetan (rambutan):

Ook een vrucht van de regentijd, tussen november en februari verkrijgbaar. Ramboetan zijn makkelijk te herkennen aan hun lange rode ‘haren’’ (rambut betekent ‘’haar’’ in het Maleis). Hoewel de schil er vervaarlijk uitziet is de vrucht heel makkelijk te pellen. De vrucht lijkt op een lychee, is half doorzichtig en gelei-achtig. De smaak is friszoet. Let op de harde pit!
 

Doerian (durian):

Deze beruchte ‘stinkvrucht’ is ook alleen maar in het regenseizoen verkrijgbaar. Het doerianseizoen is echt een ‘event’ en hele families trekken erop uit om de vrucht ergens in de open lucht te eten. De doerian is makkelijk herkenbaar aan zijn grote harde stekels (duri betekent ‘’stekel’’ in het Maleis). Zonder hulp krijg je de vrucht niet open. Je moet echt een stevig hakmes hebben om door de dikke en keiharde schil te komen. Binnenin vind je verschillende compartimenten waar vlezige vruchten in zitten. De smaak is niet te vergelijken en is wel eens beschreven als ‘rotte vanillevla’’.
Er zijn maar weinig toeristen die durian lekker vinden, maar, zoals gezegd, Indonesiërs zijn er dol op. Ze maken er zelfs ijs en snoepjes van.
 

Broodvrucht (nangka):

Nangka lijkt een beetje op de durian, maar de stekels zijn veel kleiner en de geur is veel minder heftig. De vrucht kan wel een meter groot worden!
Aan de binnenkant zitten gele, stevige partjes, ietwat kleverig, die je zo kunt opeten. De smaak is weeïg zoet.
De vrucht gaat ook in een speciale curry, gudeg. Zie je een boom vol met zakken in de takken, dan is dit vaak om nangka te beschermen tegen vogels die het voorzien hebben op de vrucht.
 

Slangenvrucht (Salak):

Een andere favoriet van Indonesiërs die toeristen over het algemeen maar weinig kan bekoren. Salak is makkelijk herkenbaar aan zijn donkerbruine schil met schubben, die op een slangenhuid lijkt. Vandaar de naam. Salak kan lang goed gehouden worden dus je zult de vrucht vaak zien op markten. De dunne bruine schil is makkelijk te verwijderen. Binnenin vind je twee of drie parten die een beetje lijken op stukken appels. De smaak is droog en zoetfris.
 

Zuurzak (sirsak):

Dit is een vrucht die je helaas maar weinig tegenkomt, ondanks het feit dat de vrucht het hele jaar door groeit. De zuurzak is bruingroen, heeft een pokdalige schil en een vreemde, enigszins grillige vorm.  Het vruchtvlees is zacht en geleiachtig en dat is ook de reden dat je de vrucht niet vaak op markten zult zien. Bij transport wordt hij namelijk snel beurs.
Sirsak is een geweldige vrucht om sap van te maken. Sirsakjuice is wit en romig, friszoet en smaakt naar yoghurt. Als je het op het menu ziet staan (meestal in Chinese of Padang restaurants) dan moet je het zeker een keer proberen. De Nederlanders waren er vermoedelijk gek op, in koloniale tijden, want de bijnaam van de sirsak is durian belanda (Nederlandse doerian).
 

Tamarillo (terong belanda):

Deze vrucht zie je de laatste jaren steeds vaker, met name in sapwinkeltjes op Sumatra en Sulawesi. De vrucht, ook wel boomtomaat genoemd, lijkt inderdaad een beetje op een tomaat, maar is wat langwerpiger en paarser van kleur. Het vruchtvlees is felrood en geeft een heerlijk sap, dat wel een beetje aan bramen of bosbessen doet denken. Deze vrucht wordt in Indonesië terong belanda (Nederlandse courgette) genoemd, dus vermoedelijk dronken de Nederlanders in koloniale dagen dit sap ook graag.
 

Guave (jambu):

De guave is een populaire vrucht die het hele jaar door verkrijgbaar is. Hij is te herkennen aan zijn knobbelige groene schil. Binnenin is de guave roze en bevat hij veel kleine pitjes. Vanwege de vele pitjes, die het lastig maken hem te eten, wordt de vrucht met name gebruikt voor sappen, die heerlijk zoet en bijna fluorescerend roze zijn. In Indonesië vind je ook nog andere soorten guave (jambu air bijvoorbeeld) die worden gebruikt voor de rujak.
 

Stervrucht (belimbing):

Deze vlucht is makkelijk te herkennen aan de stervormige buitenkant. Wij kennen hem voornamelijk als garnering in restaurants. De belimbing is juist in het droge seizoen (juli tot september) te krijgen. De belimbing is heerlijk in een sapje. Zeer dorstlessend vanwege de frisse en enigszins grond-achtige smaak!
 
Foto: Wikipedia
 

Longan (kelenkeng):

In de maanden  januari en februari zul je overal kraampjes zien die grote trossen kleine geelbruine vruchten verkopen. Dit zijn kelengkeng, lijkend op lychees. De dunne schil is makkelijk te verwijderen en daaronder vind je een heerlijk friszoet vruchtje dat precies in je mond past. Ideaal om mee te nemen op lange busritten, want je houdt schone handen. Overigens wordt deze vrucht in Maleisië mata kucing genoemd, kattenoog, een zeer toepasselijke naam.
 

Cacao (coklat):

Een beetje een vreemde eend in de bijt, want je zult deze vrucht zelden eten, maar de cocoaboom draagt wel degelijk vruchten. Als je de peulen van de cacaoboom opent vind je daarin, in compartimenten, wit-vlezige vruchten die heerlijk fris zijn. De pit die je overhoudt is de uiteindelijke cacaoboon, die, na heel veel bewerkingen, chocolade oplevert!
 
Foto: Wikipedia
 

Drakenvrucht (buah naga):

Dit drakensnackje is een prachtige cactusvrucht, die van oorsprong niet voorkomt in Indonesië, maar in Zuid-Amerika, maar inmiddels wordt de plant wel in Indonesië gekweekt en verkocht. Leuk weetje: de plant bloeit alleen ’s nachts. De buitenkant van de vrucht is paars van kleur en lijkt schubben te hebben als van een draak. Snijd je hem open, dan volgt de volgende verrassing. Een witte binnenkant met kleine zwarte zaadjes (die je op kunt eten), dit lijkt een beetje op de binnenkant van een kiwie en daar smaakt de vrucht ook naar.
iEr zijn ook varianten met een paarse binnenkant, maar die tref je minder vaak. De smaak is fris zoet. Voor een tempelceremonie op Bali vormt deze vrucht de perfecte ‘piek’ bovenop de kunstig opgestapelde offerandes van fruit.
 

Passiefruit (markisa):

Een fantastische vrucht in de vorm van een grote pruim, maar met een harde schil. In Indonesië tref je de variant met een donkere roodpaarse schil en sappig zoetzuur geel vruchtvlees met eetbare zachte zaadjes. Je snijdt of breekt de vrucht open en lepelt de inhoud op. Sta je onder een markisaboom, dan kun je bij gebrek aan een lepel de inhoud ook zo naar binnen slobberen. Deze vrucht komt heel veel voor in de streek rond Berastagi op Sumatra.
 
 





Vraag nu vrijblijvend een reisvoorstel aan

Tags: Culinair

Laat hier je reactie achter




Dit artikel hoort bij de volgende Indonesië reizen