%3Aquality(85)&w=3840&q=75)
Welke plekken bezoek je op je autorondreis door de Faeröer?
Welke plekken bezoek je op je autorondreis door de Faeröer?
Groene bergen, steile kliffen en kleine dorpen met kleurrijke huizen: op de Faeröer eilanden ligt achter bijna iedere bocht een bijzonder uitzicht. Tijdens een rondreis ontdek je historische plaatsen, indrukwekkende watervallen en rustige dorpen waar het dagelijkse leven wordt bepaald door de bergen en de zee.
De acht belangrijkste stops in dit blog liggen op eilanden die via tunnels, bruggen en dammen met elkaar zijn verbonden. Dat is extra handig, want met de huurauto van onze partner mag je niet de ferry op. Je kunt alle plekken uit dit blog dus zonder overtocht bereiken. Van het historische Tórshavn tot de waterval van Gásadalur en het rustige Kunoy: samen laten deze plekken je zien hoe veelzijdig de Faeröer zijn.
Ontdek de natuur van Vágar
Voor veel reizigers vormt Vágar de eerste kennismaking met de Faeröer eilanden. Hier ligt namelijk de internationale luchthaven. Toch is het zonde om direct door te rijden naar Tórshavn, want op Vágar vind je enkele van de bekendste landschappen van de eilandengroep.
Begin in Bøur, een klein dorp met traditionele huizen en uitzicht op de puntige rotsen van Tindhólmur. Vanuit het dorp slingert de weg verder naar Gásadalur. Vroeger lag dit dorp vrijwel afgesloten tussen de bergen, maar dankzij een tunnel kun je er tegenwoordig gemakkelijk met de auto komen.
Vlak bij Gásadalur stort de Múlafossur-waterval vanaf de groene kust rechtstreeks de oceaan in. Vanuit het dorp wandel je in een paar minuten naar het uitzichtpunt. Trek ook tijd uit voor Trælanípa. Vanaf deze klif lijkt het door het bijzondere perspectief alsof het meer Sørvágsvatn hoog boven de oceaan zweeft.
Wil je papegaaiduikers zien? Vanuit Sørvágur vertrekt in de zomer een boot naar Mykines, waar een van de grootste papegaaiduikerkolonies van de Faeröer leeft. Ook jan-van-genten, zeekoeten en alken voelen zich hier thuis. Laat je huurauto achter op Vágar en controleer vooraf of de boot vaart, want de overtocht is afhankelijk van het weer.
Wandel door het historische Tórshavn
Tórshavn is een van de kleinste hoofdsteden van Europa. Toch voelt de stad door de haven, winkels en gezellige cafés verrassend levendig aan. Wandel naar Tinganes, het historische hart van de hoofdstad. Tussen de rode houten huizen met grasdaken lopen smalle straatjes rechtstreeks naar het water.
De oude gebouwen van Tinganes worden nog altijd door de Faeröerse overheid gebruikt. Je wandelt hier dus niet door een openluchtmuseum, maar door een wijk die nog steeds een belangrijke rol speelt in het dagelijkse leven.
Maak in Tórshavn ook kennis met de lokale keuken. Op de menukaarten vind je verse vis, lamsvlees en andere producten van de eilanden. Durf je iets typisch Faeröers te proberen? Bestel dan ræst kjøt: lamsvlees dat op traditionele wijze wordt gedroogd en gefermenteerd.

Reis terug in de tijd in Kirkjubøur
Op korte rijafstand van Tórshavn ligt Kirkjubøur, een van de belangrijkste historische plekken van de Faeröer. In de middeleeuwen vormde dit kleine dorp het religieuze en culturele centrum van de eilandengroep.
Bekijk de ruïne van de Magnuskathedraal en wandel naar de witte Sint-Olafskerk aan de kust. Ook Kirkjubøargarður mag je niet overslaan. Deze historische boerderij bestaat uit traditionele houten gebouwen met grasdaken en wordt al vele generaties door dezelfde familie bewoond.
Tussen de oude gebouwen, groene hellingen en de zee lijkt het soms alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Door de korte afstand kun je Kirkjubøur gemakkelijk combineren met een bezoek aan Tórshavn.

Langs de vogelkliffen van Vestmanna
Vestmanna ligt aan de westkust van Streymoy, tussen groene bergen en diepe fjorden. Vanuit de haven vertrekken boottochten naar de beroemde vogelkliffen ten noorden van het dorp.
Tijdens de tocht vaar je langs hoge rotswanden, grotten en smalle doorgangen die door de Atlantische Oceaan zijn uitgesleten. In de zomer nestelen duizenden zeevogels op de kliffen, waaronder papegaaiduikers, zeekoeten, alken en noordse stormvogels. Misschien zie je zelfs een zeehond naast de boot opduiken. Welke dieren zich laten zien, hangt af van het seizoen, het weer en de omstandigheden op zee.
Blijf je liever aan land? Wandel dan langs de haven of bezoek het kleine dorpsmuseum, waar je meer te weten komt over de traditionele verwerking van Faeröerse wol. Voor een heel andere lokale smaak kun je terecht bij de distilleerderij van Vestmanna. Hier wordt gin gemaakt met ingrediënten van de eilanden, zoals zeewier en kruiden.

Ervaar de stilte van Saksun
Verscholen in een groene vallei in het noorden van Streymoy ligt Saksun. De traditionele huizen met grasdaken, steile bergwanden en rustige lagune maken dit een van de meest herkenbare dorpen van de Faeröer
Bij de witte kerk van Saksun kijk je uit over de lagune en de omliggende bergen. Is het eb? Dan kun je verder richting het zwarte strand wandelen. Controleer vooraf wel het getij en volg de aangegeven routes, want een deel van het landschap rond het dorp is privéterrein.
Alleen de rit naar Saksun is al de moeite waard. De smalle weg volgt een deel van de rivier en slingert steeds dieper de groene vallei in.

Bekijk de natuurlijke haven in Gjógv
Aan de noordoostkust van Eysturoy ligt Gjógv. De naam van het dorp betekent ‘kloof’ en verwijst naar de natuurlijke inham die vroeger als haven werd gebruikt. Via een trap daal je af naar het water, waar je de steile rotswanden van dichtbij kunt bekijken.
Wandel daarna rustig door het dorp, langs kleurrijke huizen en de kleine kerk. Gjógv is niet groot en juist dat maakt deze plek zo fijn. Vanuit het dorp kun je bovendien naar een hoger gelegen uitzichtpunt boven de kust wandelen.
Ook onderweg naar Gjógv is er genoeg te zien. De route voert door een bergachtig landschap met kronkelende wegen en weidse uitzichten. Is het helder? Stop dan gerust wat vaker om van het landschap te genieten.

Maak kennis met Klaksvík
Klaksvík is de tweede stad van de Faeröer en vormt het levendige centrum van de noordelijke eilanden. De stad ligt tussen hoge bergen en meerdere fjorden. De grote vissershaven laat zien hoe belangrijk de zee nog altijd is voor het dagelijkse leven op de eilanden.
Een opvallende bezienswaardigheid is Christianskirkjan. Het ontwerp van deze kerk is geïnspireerd op oude Vikinghallen en traditionele Faeröerse gebouwen. Binnen hangt een historisch vissersbootje als symbool voor de sterke band tussen de Faeröerders en de zee.
Even ontsnappen aan de stad? Net buiten het centrum ligt de plantage Úti í Grøv. Door het ruige klimaat groeien er maar weinig bomen op de Faeröer. Juist daarom is dit groene gebied zo’n verrassende plek voor een korte wandeling.

Wandel door het bos van Kunoy
Vanuit Klaksvík rijd je verder naar Kunoy. Dit kleine dorp ligt aan de voet van hoge bergen en kijkt uit op het langgerekte eiland Kalsoy. In de rustige straten met traditionele huizen hangt een heel andere sfeer dan in het levendigere Klaksvík.
Wandel door Viðarlundin í Kunoy, een aangeplant bos tussen de bergen. Door de beschutte ligging kunnen hier bomen groeien, iets wat op de winderige Faeröer niet vanzelfsprekend is. Bezoek daarna de houten kerk uit 1867.
Kunoy is een fijne laatste stop tijdens je tocht door de noordelijke eilanden. Het dorp is klein en rustig, met precies dat ruige landschap waarvoor je naar de Faeröer komt.

Zo combineer je de plaatsen tijdens je rondreis
Trek één dag uit voor Vágar en combineer Bøur, Gásadalur, Múlafossur en Trælanípa. Tórshavn en het nabijgelegen Kirkjubøur passen goed samen op één dag. Ook Vestmanna en Saksun kun je combineren, omdat beide dorpen op Streymoy liggen. Bezoek Gjógv tijdens een aparte dagtocht en combineer Klaksvík met Kunoy in het noorden.
De afstanden zijn niet groot, maar door de smalle wegen, uitzichtpunten en spontane tussenstops ben je vaak langer onderweg dan verwacht. Houd je planning daarom flexibel.
Hoeveel dagen heb je nodig?
Voor deze plaatsen heb je minimaal zes dagen nodig. Tijdens onze reis vanuit het hart van de Faeröer verblijf je in Tórshavn en ontdek je de eilanden met je huurauto. Met acht dagen reis je in een rustiger tempo en heb je meer ruimte voor wandelingen, een boottocht naar Mykines of een extra dag wanneer het weer tegenzit.