4 bijzondere wandelingen waarmee jij Indonesië nooit meer vergeet

Wandelen Indonesië - Tana Toraja - Sulawesi - Bada vallei - Harau vallei - Sumatra - Loksado - Kalimantan - Borneo

Paulien van der Geest, 18 mei 2015
Rantepao, Indonesië

Wil je het échte Indonesië ervaren, dan adviseren we je om van de toeristische paden af te gaan en om een wandeltocht te maken. Deze niet-toeristische wandelingen brengen je naar kleine, authentieke dorpen. Tijdens deze tochten kom je in contact met de lokale bevolking. Wij maakten de afgelopen jaren tientallen wandelingen in Indonesië en kozen de mooiste 4 voor je uit. Trek je wandelschoenen maar aan en loop met ons mee langs deze 4 prachtige tochten!
 
 

Wandeltocht 1: 2500 jaar oude en enorme beelden in de Bada-vallei, Centraal-Sulawesi

Ken je de enorme stenen beelden van het Chileense Paaseiland? Vergelijkbare beelden vind je ook in de Bada-vallei op Sulawesi.De megalieten zijn langwerpige stukken steen van een aantal meter hoog, die rechtop in de grond zijn gezet en waarop een gezicht is gebeeldhouwd. Ze zijn minder bekend dan de beelden op Paaseiland, maar minstens zo indrukwekkend!
 
De Bada-vallei bereiken is al een waar avontuur. De weg zit vol met scheuren en gaten. Soms ontstaat er een gat zo groot, dat er een personenauto met gemak in zou passen! Het best kun je vanuit het plaatsje Tentena aan het Posomeer met een jeep de Bada-vallei in rijden. Maar weinig mensen in dat gebied spreken Engels en daarom is het praktisch om een Engelssprekende gids mee te nemen.
 
Na zo’n vijf uur rijden bereik je de Bada-vallei en zonder een lange wandeling te hoeven maken,
kun je dan meteen al op zoek naar de eerste megalieten die verspreid rondom het dorp zijn te vinden.
 
Overnachten in een lokaal houten logement
Nadat je de omgeving rond het dorp hebt verkend, kun je gaan slapen bij een ‘losmen’, een verbastering van het Nederlandse woord logement. Het is een ruim, houten huis, waar kamers aan vast zijn gebouwd. Elke kamer heeft een eigen badkamertje met een hurk-wc en een Indonesische mandi-bak, waarbij je doucht door koud water over jezelf heen te scheppen.
 
De Reus die je helpt
De volgende morgen begin je aan je wandeling. Je bent zeker een paar uur onderweg, dus trek comfortabele schoenen aan en neem water en wat te eten mee. Eerst loop je over de weg langs landbouwvelden waar je boeren aan het werk ziet. Daarna loop je heuvelopwaarts de velden in. Op de heuveltop vind je een enorme steen die zeker 3 meter de grond uitsteekt en waarschijnlijk 2 meter diep ingegraven is. Deze steen heet Palindo. Dankzij z’n enorme formaat heeft de bevolking ’m de bijnaam De Reus gegeven. De lokale bevolking gelooft dat als je bij het beeld gaat bidden, hij je helpt.
 
Wandelen door metershoog gras
In de buurt van De Reus vind je meer beelden. Omdat er zelden iemand komt, is de boel vaak dichtgegroeid met metershoog olifantengras. Wij hadden voor de wandeling een lokale gids meegenomen die de weg voor ons vrijmaakte door het gras weg te kappen. Wie de beelden heeft gemaakt, is onbekend. En hoe men zonder de huidige technische hulpmiddelen deze enorm zware stenen uit de bergen naar de vallei heeft gekregen, is een nog groter raadsel. Wat we wel uit ervaring kunnen zeggen, is dat de beelden prachtig zijn en de wandeling een mooi avontuur, omdat je, letterlijk en figuurlijk, off the beaten track gaat.
 
Tip: het is een aanrader om je te laten begeleiden door een lokale gids die je door het metershoge gras helpt lopen, zodat je de indrukwekkende beelden kunt ontdekken.
 
Hoe kom je er?
De plaats Tentena ligt een dag rijden van Rantepao in de provincie Tana Toraja of een dag rijden van Palu waar je op kunt vliegen vanuit Makassar (Sulawesi). Vanuit Tentena ga je met een jeep de Bada-vallei in. Hoe lang deze rit duurt, is afhankelijk van de wegomstandigheden. Reken op zo’n 4 tot 6 uur.
 

Wandeltocht 2: het longhouse van koppensnellers in Loksado (Kalimantan op Borneo)

Een bezoek aan de binnenlanden van Kalimantan stond hoog op ons verlanglijstje, vanwege het intrigerende Dayak-volk. De Dayak-stammen stonden bekend als koppensnellers. Ze geloven dat als je de scalp van de tegenstander weet te bemachtigen, je daar magische krachten van zou krijgen. De Dayak wonen van oorsprong in een houten longhouse. De naam zegt het al: een langgerekt huis. Vaak zijn deze huizen wel zo’n 20 meter lang. Hier wonen verschillende families van 1 clan in. Een clan kan wel uit 16 families of meer bestaan. Maar ook de binnenlanden van Kalimantan zijn inmiddels gemoderniseerd en mensen hebben nu eigen huizen. Tijdens deze wandeltocht ga je zoek naar twee van de overgebleven houten longhouses.
 
Dayak is een verzamelnaam voor de volken in de binnenlanden van Borneo. Deze junglestammen zijn van oudsher animistisch (aanhangers van een natuurgodsdienst), doen aan voorouderverering en als ze ziek zijn, bezoeken ze een medicijnman. Elke stam heeft een eigen naam en spreekt zijn eigen taal.
 
Het plaatsje Loksado is de uitvalsbasis voor deze wandeling. Loksado ligt aan de rivier, omdat traditioneel het vervoer in Kalimantan over de rivier gaat. De jungle was immers ondoordringbaar en vervoer over de rivier gaat veel sneller dan een weg door het bos kappen. Zelfs nu de jungle paden heeft, wordt alle handelswaar, zoals hout, bamboe en rubber per bamboevlot nog via de rivier vervoerd.
 
De eerste kilometers loop je vooral heuvelopwaarts langs een breed pad waar ook jeeps langsrijden.
Wij kwamen onderweg schoolkinderen in uniform tegen. Zij lopen vaak wel een uur naar school.
Na 2 uur lopen kom je aan bij een dorp met houten huizen op palen. In het dorp vind je waarvoor je bent gekomen: een authentiek oud longhouse!
 
Het longhouse
Het longhouse in dit dorpje heeft nog steeds de functie van gemeenschapshuis. Het huis wordt gebruikt voor bijeenkomsten, feestdagen en als gastenverblijf. Er wonen nog enkele families in, anderen hebben ervoor gekozen een eigen huis te bouwen en daar te gaan wonen. Zijn er feesten, dan komen er van heinde en verre familieleden naartoe gelopen, die allemaal in het middenstuk van het longhouse blijven slapen. Bij ons bezoek aan het longhouse werden we ook uitgenodigd om er te blijven slapen: op de bamboevloer, zonder matrasje. Wij kiezen liever voor een iets comfortabeler verblijf in een homestay (een soort bed&breakfast bij de locals) in het dorp Loksado, waar we wel een matrasje op de
                                                                       vloer hadden.
 
Als wij er zijn is het dorp leeg, op een blinde oude man met zijn kleinzoon na. Iedereen is aan het werk op het land. We besluiten een heuvel op te klimmen naar een mooi uitzichtpunt. Op de heuvel maken we kennis met een boer die zijn land aan het bewerken is. In het eenvoudige bamboehutje waar hij tegen de zon kan schuilen, zitten zijn kinderen. We worden uitgenodigd om ook plaats te nemen in het hutje en onze gids zet een grote zwartgeblakerde kookpot op een houtvuurtje. Even later zitten we aan de instantnoodles, thee met suiker en kaakjes.
 
Pad uitkappen
Na de pauze in het bamboehutje vervolgen we ons pad. Onze gids regelt een aantal lokale gidsen die met ons meegaan, want we moeten een heuvel over waar geen pad is. Er moet dus een pad worden uitgekapt voor ons. Na 1,5 uur stevig doorstappen bereiken we het volgende dorp, ook hier is een Dayak longhouse te vinden. Dit longhouse is groter en nieuwer en wordt gebruikt voor ceremonies.
Na het bezoek aan dit dorp gaan we weer naar ons eigen dorp Loksado. Het was een prachtige wandeling, maar door de hoge luchtvochtigheid en temperatuur wel pittig. Als we in Loksado komen, zijn de locals aan het badderen in de rivier. We volgen hun voorbeeld en gaan met kleren en al in de rivier liggen afkoelen!
 
Tip: neem per persoon minimaal 3 liter water en wat snacks mee. Onderweg is niets te krijgen. Een pet tegen de zon, zonnebrand, een lichtgewicht regenjas en goede wandelschoenen zijn een must op deze wandeling.
 
Hoe kom je er?
Vanaf Jakarta vlieg je naar de stad Banjarmasin op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Loksado, de plek waar je wandeltocht begint, is een dag rijden vanaf Banjarmasin. Met een gids zijn er interessante stops te maken onderweg, om de zwemmende waterbuffels of de diamantmijnen te bekijken.
 

Wandeltocht 3: Tweedaagse trekking in de bergen van Tana Toraja, Zuid-Sulawesi

Houd je van wandelen, dan kunnen we je een tweedaagse trekking in Tana Toraja aanraden. Je slaapt tijdens deze trekking bij mensen thuis in een traditioneel Toraja-huis, in een authentiek dorpje.
 
Je loopt tijdens deze wandeling in de bergen van Tana Toraja, in het zuidelijke deel van Sulawesi. Soms loop je over smalle bergweggetjes, dan weer over paden door de rijstvelden waar een buffel afkoelt in een modderbad. Als je een paar woorden Bahasa spreekt, is het leuk om onderweg een praatje met een dorpeling te maken. Soms krijg je spontaan een kopje thee, een koud glas water of een stukje fruit aangeboden.
 
Buffelhoorns aan de gevel
Aan het eind van de middag wandel je een traditioneel Toraja-dorp in. Toraja staat bekend om de bijzondere huizen. De huizen staan op palen en hebben een zadeldak. Aan de gevel van het huis zijn buffelhoorns vastgespijkerd. Dit laat zien hoeveel buffels er door de familie zijn geofferd. Aangezien een buffel gigantisch duur is, al snel een jaarsalaris, is dit een echt statussymbool!
 
Slapen bij de locals
De gids kijkt bij welke dorpsbewoner je mag blijven slapen. In dit dorp slaap je op een matras op de grond in het houten huis. Wil je naar de wc, dan kun je buiten naar een hokje met hurk-wc. Je badkamer bestaat uit een waterbak waaruit je water schept en dit over jezelf heen gooit om te ‘douchen’. Dat noem je een mandi-bak. Er is dus weinig luxe, maar dit levert wel een bijzondere ervaring op!
 
Het eind van de middag, om een uur of 4, is altijd het gezelligste moment in Indonesië. Ouders komen van de velden, badderen en bereiden het eten. Oude vrouwen staan rijst te stampen met een enorme houten stamper in een grote houten bak. De kinderen komen uit school gewandeld en voetballen met een lege plastic fles op het gras tussen de huizen. Als avondeten staat er voor de hooggeëerde gasten – dat zijn wij dus – scharrelkip op het menu, tenminste als het lukt om een kip te vangen!
 
Traditionele maaltijd
Onze gids die ons begeleidt op onze wandeltocht houdt van koken en hij wil voor ons wel een traditionele maaltijd klaarmaken in de eenvoudige keuken achter het huis. Hij kapt een scheut van een bananenboom: onze groente. De bananenboomscheut snijdt hij in flinterdunne plakjes en stopt dit samen met de kip, verse kruiden en knoflook in een versgekapte bamboestok. De bovenkant propt hij dicht met een handvol gras en vervolgens laat hij de bamboestok stomen op het vuur. Aan het eind van de dag hebben we dus niet alleen het authentieke Indonesië gezien, maar ook geproefd!
 
Tip: neem wat meer tijd voor je reis door Zuid-Sulawesi en overnacht onderweg naar Tana Toraja, zodat je ook het Tempemeer kunt zien.
 
Hoe kom je er?
Je vliegt, meestal via Jakarta, op Makassar in Sulawesi. Het is een dag rijden naar Rantepao in Tana Toraja.
 

Wandeltocht 4: Ontdek de Harau-vallei met watervallen (West-Sumatra)

Een van de best bewaarde geheimen van Indonesië is de Harau-vallei. Het kalksteengebergte met verschillende watervallen is een prachtige omgeving om te wandelen.
 
De gids neemt je op deze wandeling mee langs een route waar maar weinig mensen komen. Je loopt dwars door de rijstvelden de kloof in. Als wij de tocht lopen, kijken de dorpelingen verbaasd op van ‘verdwaalde’ westerlingen en knopen een praatje met ons aan. Tussen de wanden van de kloof is de route erg warm, omdat er nauwelijks wind komt. Maar het geeft ons wel de mooiste uitzichten en ontmoetingen met de aardigste mensen!
 
De zoete smaak van passievrucht
Door de kloof is de Harau-vallei ontstaan: rijstvelden met aan de rand hoge wanden. In de vallei, onder een boom tjokvol passievruchten, zitten wat vrouwen met hun kinderen. Onze gids vraagt aan de eigenaresse van de passievruchtboom of hij ons een passievrucht mag laten proeven. We breken de passievrucht doormidden en slurpen het sap en het vruchtvlees naar binnen. Heerlijk zoet! De vrouwen en kinderen moeten lachen om onze enthousiaste gezichten. Snel worden een paar jongens de boom in gestuurd om vruchten voor ons uit de boom te halen! “Wat kost het?”, vragen wij de vrouw. “Niets, niets”, wuift ze onze vraag weg.
 
Aan het einde van de weg door de vallei wacht ons een steile klim over een kronkelend geitenpaadje omhoog. Daarna lopen we door een bos, om er af te koelen in het ijskoude water van een waterval. Dat is zeker nodig! Met een gezonde trek in lunch en vooral dorstig, sjokken we enigszins vermoeid het bospad af naar een karrenspoor van modder. Daar staat een Indonesische brommertaxi (bentor) met een zijspan in de schaduw van een boom. “Zouden we misschien…”, beginnen we voorzichtig tegen de gids. Wat blijkt, onze vooruitziende gids heeft ’s ochtends vroeg de bentor al geregeld, ondanks onze grootspraak dat we wel van een stukje wandelen houden. Blij met onze ervaren gids nemen we plaats in de zijspan van de bentor. De gids bij de chauffeur achter op de brommer. Met z’n vieren hobbelen we door de modder richting dorp. Bij het eerste het beste lokale eethuisje stappen we af, de instant-noedelsoep en een liter koud water smaakten nog nooit zo lekker!
 
Tip: Vlieg op de heenweg op Medan en maak een reis over de Transsumatra route. Eindig je reis in Padang.
 
Hoe kom je er?
Je vliegt naar Padang op Sumatra. Het is een halve dag rijden van Padang naar de Harau Vallei. Kom je uit het noorden, dan ligt de plaats Bukittinggi dichtbij de Harau Vallei.
 

Wil jij 1 van deze 4 bijzondere wandelingen in Indonesië maken?

Boek het dan als bouwsteen in je vakantie en kijk op bouwstenen Indonesië reizen.
Heb je een tip voor een bijzondere wandeling die je met ons en andere reizigers wilt delen? Plaats je tip dan hieronder.
 





Vraag nu vrijblijvend een reisvoorstel aan

Tags:

Indonesië reizen -


Laat hier je reactie achter




Dit artikel hoort bij de volgende Indonesië reizen