Orang-oetans in Gunung Leuser Nationaal Park

Indonesie - Sumatra - Orang-oetans - Gunung Leuser Park - Bukit Lawang

Orang-oetans in Gunung Leuser Nationaal Park

Het orang-oetans voedingscentrum bij Bukit Lawang is in 1973 opgezet om orang-oetans die uit gevangenschap waren bevrijd of die door verplaatsing hun eigen habitat kwijt waren, de gelegenheid te geven zich opnieuw aan te passen aan het leven in het wild. Zo’n 200 apen zijn losgelaten en veel daarvan hebben zich succesvol aangepast. De onderzoekstaken van het centrum zijn tegenwoordig verplaatst naar afgelegen delen van het park, waar de primaten ongestoord door mensen leven. Echter het 2 maal daags voeren van semi-onafhankelijke dieren gebeurt nog steeds op een zogenaamd ‘feeding platform’. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat het bijvoeren betreft, en de orang-oetan zelf ook nog op zoek moet naar voedsel. Het voedermoment is open voor publiek. De apen die hier komen zijn semi wild, ze zijn immers aan mensen gewend, maar ze zijn zeker ook niet tam. Het zijn wilde dieren, en ze aanraken is ongewenst. Zowel voor de veiligheid van de toerist als voor de dieren: een mens kan een ziekte over brengen waar een orang-oetan aan kan sterven. Er wordt dan ook dringend verzocht de orang-oetans zelf geen fruit te geven en ook de gids niet aan te moedigen dit te doen. Men denkt dat er zo’n 5.000 orang-oetans in het park leven. Slechts enkele hiervan, meestal zwangere of zogende vrouwtjes, komen naar het bijvoer- moment. De anderen scharrelen hun kostje bij elkaar in de jungle. In het fruitseizoen is het moeilijker om orang-oetans te spotten, omdat ze dan genoeg voedsel diep in de jungle hebben. Het is aan te raden ’s ochtends vroeg, bijvoorbeeld om 6 uur te beginnen met een jungle trekking. ’s Ochtends zijn dieren nog veel actiever en is er meer kans om dieren te zien. Blijkt het moeilijk te zijn om orang-oetans te spotten, dan kan er altijd nog naar het voedingsmoment worden gegaan.
 
Een woord van waarschuwing: Een trekking in de jungle betekent dat het pad niet netjes geëffend is. De ondergrond kan glad en modderig zijn, er als het erop lijkt dat de orang-oetan tussen de bomen zit, kan geklommen en gedaald moeten worden om de juiste plek te bereiken. Het pad varieert van een veel belopen pad, tot nauwelijks een pad.  Trek dus goede wandelschoenen met profiel aan. Een lange broek en sokken over de broekspijpen beschermt tegen eventuele bloedzuigers. In de jungle is het vochtig en warm, zorg voor voldoende water (minimaal 2 a 3 liter voor een ochtend) en eventueel een pet tegen de brandende zon. Wees ook voorbereid op een regenbui (plastic zak voor camera), het is immers een tropisch regenwoud. Let op: per camera wordt een vergunning betaald.
 
 

Kenmerken orang-oetans

Orang-oetans zijn de grootste zoogdieren die in bomen leven. Een mannetje kan wel 90 kilo worden. De naam komt af van het woord Orang hutan, wat Maleis is voor bosmens. Samen met de chimpansee en de gorilla vormen de orang-oetans de grote mensapen (Hominidae). De orang-oetan is erg intelligent en door zijn expressieve gezicht wordt hij vaak ‘de roodharige neef van de mens’ genoemd. Vroeger kwamen ze in heel zuidoost Azië voor, nu alleen nog maar in Sumatra (Pongo abelii) en Borneo (Pongo pychmaeus). Orang-oetans worden met uitsterven bedreigd door het verlies van leefgebied door ontbossing, houtkap, mijnbouw en bosbranden. Jonge orang-oetans worden vaak illegaal gevangen, om als huisdier te worden verkocht. De stropers schieten de moeder af om bij de baby te kunnen komen. De mensapen eten voornamelijk fruit, scheuten, bladeren, noten en boombast, en om het fruitseizoen te volgen trekken ze door de jungle. Het zijn solitaire dieren en bouwen iedere nacht een nieuw nest. Al deze kenmerken zorgt ervoor dat ze een groot leefgebied nodig hebben. Orang-oetans worden relatief oud, gemiddeld zo’n 30 tot 40 jaar. Vrouwtjes zijn met ongeveer 10 jaar geslachtsrijp tot 30 jaar en hebben gemiddeld 1 baby per 6 jaar. De vrouwtjes voeden alleen de jongen op, waarbij het jong bij de moeder blijft tot het  geslachtsrijp is. De mensapen planten zich dus niet snel voort, wat ze nog gevoeliger maakt voor uitsterven.
 
In het enorme Gunung Leuser Park leven meer dieren zoals acht apensoorten, Sumatraanse tijger, neushoorn, olifant, luipaard, cobra’s.  Echter de kans om een groot dier te zien is minimaal. Diep in het park worden wel voetafdrukken gevonden. Wel is het mogelijk om Gibbons (kleine mensapen) of Thomas Leaf apen te zien.
 

Duurzaam toerisme: Etiquette voor orang-oetans contact

Orang-oetans zijn zeer gevoelig voor door mensen overgebrachte ziekten en sterven aan een simpele griep.
  • Maximaal 7 mensen per trekking-groep. Blijf bij je groep en je gids. Het is verboden het park in te gaan zonder gids.
  • Zieke mensen (hoesten, diarree) zouden niet naar de orang-oetans moeten gaan, zij brengen de orang-oetans in gevaar.  Voer ze niet en geef ze geen drinken. (Apen kunnen hier ziek of agressief van worden.)
  • Blijf op minimaal 10 meter afstand van de orang-oetan. Niet roken, eten, drinken, kuchen, niezen of spugen nabij een orang-oetan, zodat je geen bacteriën over brengt.
  • Benader een orang-oetan (op de grond) niet, raak ze niet aan. Kom NOOIT tussen een moeder en een kind. Ga bijvoorkeur rustig zitten. Schreeuw niet, maak geen apengeluiden, maak geen onverwachtse bewegingen. Gebruik geen flitser op je camera (sowieso wordt dit niet mooi).
  • Laat geen afval achter in de jungle, ook geen wc papier, sigarettenpeuken, en fruit schillen (hier kunnen menselijke bacteriën op zitten). Neem niets mee uit de jungle zoals bloemen, insecten, zaden etc. Take only pictures, leave nothing but footprints!



Deze reisgids hoort bij de volgende Indonesië reizen: